De Sneeker Vlieger.

Over het ontstaan van Sneek is niets bekend in 1268 was zij nog een gehucht, maar in 1294 was het een kleine stad geworden met wallen en grachten. De Singel, de Poortezijlen en de Pol vormden toen de ene kant van de stadsgracht later werd het stuk van de Waterpoort via de Haringsmakade, Oosterpoort tot aan de Pol toegevoegd en kon de stadsuitbreiding tot stand komen tot waar nu de Oosterdijk, het Kleinzand, het Grootzand, en de Singel etc lopen. In 1294 had Sneek ook al het stadsrecht.

De meeste huizen in die tijd waren van hout  Sneek brandde in 1295 bijna volledig af op twee huizen na, in 1328 was de schade deels hersteld en schonk de hertog Albrecht van Beieren aan Hye Reynarda de titel van schout ambt van Sneek. Maar in 1417 brandde weer een groot gedeelte van Sneek af veel stedelijke charters zullen toen zijn verbrand, 10 jaar later was ook deze brandschade geheel hersteld en werd Sneek de vergaderplaats van de Schieringer heerschappen, Sneek was toen ook al begunstigd met het waagrecht en de rechtspleging.

Bij geen van de Friese steden uitgezonderd Leeuwarden is het muntrecht bekend Winsemius vermeld in zijn beschrijving van Sneek in de kroniek van Friesland ook dat de munt daar is geweest. Hij had in 1622 van burgermeester Jan Schoutes een Sneeker munt gezien aldus E.Napjes in zijn kroniek van Sneek van 1826.

Als muntgebouw wees men in 1850 een gebouw aan achter de BROEREN nu de huidige Kruize Broederstraat, dit gebouw stond toen waar nu de doorgang is van de Kruize Broederstraat naar de Prins Hendrikkade het Bolwerk was toen afgegraven en er was geen toegang meer naar de nieuwe  kade men heeft de doorgang toen naar de munt genoemd. nl.  DE MUNTSTRAAT.

Omstreeks 1470 is Sneek begonnen met het slaan van munten het was de tijd van de Friese vrijheid, zij het wel dat er onderling veel strijd gevoerd werd tussen Schieringers en Vetkopers. De steden namen zonder recht te hebben de muntslag op zich, het oppermachtige Groningen was in 1370 al met muntslag begonnen. Sneek nam dit klakkeloos over en veranderde alleen de stadsnaam en een andere christelijke spreuk. Hoe ze de Sneeker munten werden genoemd weet niemand. In een publicatie van schepenen en raad van Deventer uit 1470 werd de prijs bepaald voor diverse munten, die van Sneek en van Bolsward werden toen al verboden wegens het slechte gehalte en werden ongangbaar verklaard, in Groningen heten de munten  Vliegers, Jagers, Stuivers en dubbele Stuivers genoemd, we noemen ze hier naar hun voorbeeld  “VLIEGERS

De oudste Sneeker munt dateert van ongeveer 1470 op de voorkant van de munt zien we het stedelijke wapenschild dit gedeelde schild met rechts van goud en de linker zijde de half te voorschijn komende adelaar van sabel, en links azuur met drie kronen van goud onder elkaar, het wapen heeft schildhouders en bestaat uit een leeuw en ‘n wildeman, en letters S.P.Q.S deze staan op het wapen NIET op de munt.

SENATUS POPULOS QUE SNECENSIS  =  VAN DE STAD EN HET VOLK VAN SNEEK.

De drie kronen in het wapen van Sneek zijn aan het wapen van het geslacht van Bokkema ontleend, vooral door Rienk Bokkema werd de grond tot heerschappij van dit geslacht over Sneek gelegd, zijn zoon Bokke gaf zijn dochter ten huwelijk aan Pieter Harinxma waardoor het bewind over Sneek in dat geslacht overging.

MONETA NOVA SNEKENSIS  =  NIEUWE MUNT VAN DE STAD SNEEK 

Op de keerzijde een versierd aan de uiteinden verbreed vierbenig kruis, in het hart van het kruis de letter S dit is de eerst letter van de stadsnaam Sneek

IN HOC SIGNO VICES  =  IN DIT TEKEN ZULT GIJ OVERWINNEN.

Naar verhaal van de eerste christen keizer Constatijn de Grote, die optrok tegen de heidense keizer Maxentius en een kruis als overwinning teken aan de hemel zag.  Deze munt weegt 1,9 gram.

De eerste Sneeker Vlieger werd in 1846 in Nijmegen opgegraven en is wel enigszins beschadigd, dit exemplaar is in het bezit van het Fries Museum, hier bezitten ze ook een ¼ vlieger van dit type munt dit  2e type Vlieger van Sneek is vrij identiek alleen de voorkant is iets gewijzigd met op de achterkant is de spreuk vervangen door het  Romeinse jaartal MCCCCVXXII en ANNO DOMINI  en draagt het jaartal 1477. Van dit type en dan met het jaartal 1476 en 1478 is ook een exemplaar aanwezig in het Fries Museum het welk de grootste collectie Friese munten en penningen heeft. Voorts is er een Jager (dubbele stuiver) van Sneek, en ligt in het Fries Museum met het  Romeinse jaartal 1492 met

MONETA NOVA SNEKENSIS

en op de keerzijde                                                                                                         

QUIA ON EST ALIUS QUI PUSNAT PRO NOBIS  =  OMDAT ER GEEN ANDER IS DIE VOOR ONS STRIJD

In de 70-er jaren is er ook in Amerika een ¼ vlieger van dit type opgedoken met als opschrift 

MONETA NOVA SNEKE de keerzijde DA PACEM DOM verder onleesbaar.

Ook deze munt ligt in het Fries Museum. In oude stadsarchieven in Leeuwarden is in de vorige eeuw door de Leeuwarder historicus Eekhof nog een houtafsnede van een halve vlieger van Sneek gevonden, alleen de echte munt is nooit gevonden. Verdere bekende munten van Sneek en andere Friese steden zijn nog nooit in de Friese bodem teruggevonden. Een munt van Bolsward is in 1980 gevonden tijdens graafwerkzaamheden in Pingjum met het jaartal 1455, dit jaar was in de oudere literatuur nog niet bekend voor zover is dit het enige exemplaar ooit gevonden in Friesland.

Na deze stadsmunten kwam eigenlijk een einde aan het Friese geld en in 1498 was het met de Friese vrijheid gebeurd, tussen 1498 en 1500 is er nog eenmaal munt gelagen in Sneek een munt voor de graaf Albrecht van Saksen èèn van de grote veldheren van die tijd. In augustus 1498 werd er in Sneek gemunt omdat Leeuwarden te onveilig was Sneek is hierdoor 20 maanden Hoofdstad van Friesland geweest. Op de munt van Hertog van Saksen het vierdelige Saksisch wapen

ALBERT. DUX. SAXON. GUB. FRISI. = Albert hertog van Saksen, gubernator van Friesland.

De keerzijde het Rooms-Keizerlijke wapenschild met vierbenig kruis. 

DEL. GRATIA. REGNES. REGNA. = Door mij regeren de koningen en stellen de vorsten gerechtigheid.

De munt van Albrecht van Saksen is zeer zeldzaam omdat er maar 20 maanden summier onder oorlogsgeweld gemunt is in Sneek, deze munt komt men ook bijna niet tegen,  tijdens werkzaamheden op de Prins Hendrikkade in Sneek zijn in 2007 nog vier munten gevonden door metaaldetector amateurs.

In Sneek zijn twee muntvondsten gedaan in 1947 in de Neltjes Haven allemaal Spaanse matten en eind vijftiger jaren in de Galigastraat een kruik vol 14e en 15e eeuwse stuivers en braspenningen beide muntvondsten liggen in het Fries Scheepsvaart Museum in Sneek.

Bron: De Sneeker Munt en haar Munten - Door W. A. Adema te Sneek.